Naar de wijnen van jacques

jacques lassaigne

De Ikoon.

Als je van Zuid- naar Noord-Champagne rijdt ben je zo’n dikke anderhalf uur onderweg. De wijngaarden echter verlaat je na een kwartiertje weer, en duiken pas het laatste half uurtje, richting Reims weer op. Zo’n zestig kilometer geen wijngaard te zien, behalve die ene heuvel Montgueux: in redelijk vlak land opeens een keurige langgerekte bult waar zo’n twaalf wijnboertjes werken. En wat nou zo leuk is is dat je al van een kilometer afstand kunt zien wie van de twaalf hun best doen. Keurig nette rijen wijnstokken van boven naar beneden, alleen van de keurige rijtjes zijn er maar twee keurig groen, zoals we dat zo graag zien. Waaronder die van Emmanuel Lassaigne, die inmiddels zijn vader’s domein geheel verbioot heeft. Pappa helpt mee en heeft er enorm veel lol in om op een miniscule grasmaaimachine die precies tussen twee rijen past op en neer de rijden, alsof hij een gazonnetje maait. In de kelder, die letterlijk in de heuvel ligt, kun je de gefossiliseerde schaaldieren vinden, die de wijn zijn kalkachtige frisheid geeft. Alleen Oud-Sluis was Vleck voor, die halen de wijn zelf op. Daar waar Lassaigne in heel Frankrijk op alle sterrenkaarten staat, had Nederland nog niet van deze noeste arbeid vernomen. En voor elk wat wils: ‘les Vignes’ voor het aperatief, de Cotet voor de smulpapen die het wat vetter willen, en de 2002 als volmaakte non-dosé.

Klassiek, luchtig, boers en zeer verfijnd. Geen enorm getoast, geen overdadig gegist, maar vooral geen rotzooi in de bodem. En daar kunnen ze in de Champagne wat van. Voor wie het niet wist: Champagne wordt al decannialang gebruikt als vuilnisbelt van Parijs. Goed bewaard geheim.

Naar de site van jacques lassaigne